WETTELIJKE VERDELING

De wettelijke verdeling geldt voor gehuwden van rechtswege tenzij deze in het testament geheel is uitgesloten.

Bij een wettelijke verdeling wordt de langstlevende automatisch enig eigenaar van alle goederen van de nalatenschap.

Bij een wettelijke verdeling zijn de laatstlevende en de kinderen ieder voor een gelijk deel erfgenaam.

De laatstlevende heeft een aanzienlijke vrijstelling (ruim € 640.000) en hoeft in de meeste gevallen geen erfbelasting te betalen over diens erfdeel.

De vrijstelling van de kinderen (ruim 20.000) is echter veel lager, dus de kans dat zij erfbelasting verschuldigd zijn is aanzienlijk groter.

De wettelijke verdeling zegt dat de laatstlevende de erfdelen van de kinderen schuldig mag blijven.

De kinderen moeten in principe wachten tot de laatstlevende ook komt te overlijden.

De kinderen krijgen hun erfdeel hierdoor in de vorm van een vordering op de langstlevende (een ‘tegoedbon’).

Die vordering is in beginsel pas opeisbaar bij overlijden van de langstlevende.

Dat geldt echter niet voor de belastingdienst.

De erfbelasting moet wel direct betaald worden.

Aangezien de kinderen nog niets krijgen, moet de laatstlevende dat voorschieten.

Als al het vermogen vast zit in bijvoorbeeld een woning, kan dat voor de laatstlevende vervelende gevolgen hebben.